Hieronder vindt u antwoorden op enkele veelgestelde vragen. De vragen staan in willekeurige volgorde, maar wel ingedeeld in onderwerpen.
Ontwikkeling van de fumecodes
De fumecode-lijsten zijn in concept beschikbaar. Er is een pilotproject gestart waarin fumecodes worden bepaald voor de meetreeksen van twee gemeenten. Na deze pilot worden verbeterpunten verwerkt en keuzes gemaakt over regionale of landelijke invoering.
De opzet van de fumecodes is ontwikkeld namens de regionale samenwerking Waterketenbeheer Noord. In geval van landelijke implementatie wordt het stokje overgenomen door Stichting RIONED.
Doel en betekenis
Fumecode is een afkorting van Functionele meetreekscode. Het is een unieke, betekenisvolle code die is opgebouwd uit de meetlocatie, de plaats en het onderdeel waar is gemeten, alsmede de parameter, eenheid en registratiewijze van de meetwaarden. Facultatief kan ook de status of bewerking van de meetreeks worden toegevoegd aan de code.
Met de fumecodes willen we meetreeksen identificeren en de functionele (of hydraulische) betekenis van de meetwaarden aangeven, zodanig dat de code uniek en robuust is en begrijpbaar voor mens en machine. De code moet (nagenoeg) onafhankelijk zijn van (veranderingen in) organisaties, mensen, ICT-systemen en (meet)apparatuur. De code moet precies aangeven wat er is gemeten en gelijk blijven als organisaties, mensen of apparatuur wisselen. Een achterliggend doel daarbij is het verbetren en robuust maken van ICT-koppelingen tussen meetlocaties, telemetriehoofdposten, databases en aanverwante systemen voor opslag, validatie en analyse van de meetgegevens.
Nee! De fumecodes zouden als ID gebruikt kunnen worden, maar zijn zo niet bedoeld. De meet- en ICT-systemen hebben al allerlei ID’s en die kunnen gehandhaafd blijven. Alle systemen kunnen met hun eigen specifieke methoden blijven werken, afgestemd op de specifieke kenmerken en doelen van het systeem. Daarbij kunnen ze de bestaande ID’s blijven gebruiken. De fumecode is een stukje extra informatie dat wordt meegegeven bij het opvragen, doorgeven of weergeven van meetreeksen.
Alternatieven en afstemming
Gemeenten, waterbeheerders en leveranciers gebruiken codes die zijn afgestemd op hun situatie en werkwijzen. Als dat goed werkt kunt u die gewoon blijven gebruiken. Maar met deze codes kunnen we niet alle doelen bereiken. Met de fumecode willen we (ook) zorgen voor:
- Codes die wereldwijd uniek zijn en niet hoeven wijzigen bij fusie of samenwerking van organisaties. Bij kastnummers is dat niet gegarandeerd.
- Codes die onafhankelijk zijn van de organisatie. Kastnummers zijn vaak opgezet volgens de werkwijze van de betreffende beheerder of leverancier. We willen dat iedereen met de codes kan werken.
- Codes waarmee de betekenis van de meetgegevens duidelijk is voor gebruikers en adviseurs. Kastnummers hebben meestal geen functionele of hydraulische betekenis.
In de “Basisregistratie Ondergrond” wordt gewerkt met BRO-ID’s om registratieobjecten aan te duiden. Het BRO-ID is uniek en onveranderlijk. Voor grondwatermonitoringputten ziet het ID eruit als GMW + 12 cijfers, eventueel aangevuld met een buisnummer. Daarmee is het BRO-ID echt een ID. Het is geen functioneel betekenisvolle code en daarmee ongheschikt om alle doelen van de fumecodes te realiseren.
KKS staat voor “Kraftwerk-Kennzeichensystem”. Dit is een internationaal gestandaardiseerd codeersysteem dat voornamelijk wordt gebruikt in de energie- en procesindustrie. Net als de fumecodes heeft KKS hiërarchische niveaus (hoofdfunctie, systeem, component, plaats). De code bestaat uit 10 alfanumerieke karakters, die een instrument of apparatuur aanduiden binnen een fabriek of centrale. Daarmee biedt KKS onvoldoende mogelijkheden voor de functionele identificatie van meetreeksen in het waterbeheer.
Ja deels. Aquo is de Nederlandse standaard voor het uitwisselen van waterdata en wordt breed toegepast door de waterschappen. Het zou fijn zijn als we dezelfde coderingen kunnen gebruiken voor metingen in het gehele afvalwatersysteem (zuivering en riolering) en watersysteem (grond- en oppervlaktewater). Aquo biedt een uitgebreide standaard voor de identificatie van installaties, (meet)apparatuur en meetsoorten. Overheidsorganisaties moeten de Aquo-standaard toepassen volgens het “Pas-toe-of-leg-uit” principe. Het lukt niet om met de Aquo-standaard alle doelen van de fumecodes te reasliseren. Maar we kunnen de fumecodes wel afstemmen op de Aquo-standaard.
Naast Aquo zijn fumecodes nodig om:
- keuzelijsten overzichtelijk en begrijpbaar te houden voor de doelgroepen (zoals rioleringsmedewerkers);
- op eenduidige wijze locaties aan te geven (zonder veranderlijke/arbitraire namen) op willekeurige plaatsen in de ruimtelijke omgeving (buiten rwzi’s en afvalwatertransportsysteem);
- componenten van rioolstelsels en andere systemen aan te geven die niet voorkomen in de lijst van Aquo-water-asset-functies;
- de meetplaats t.o.v. een component aan te geven;
- een samengestelde code te krijgen inclusief locatie, waardesoort, eenheid en reeksbron.
Aan de “Component”-keuzelijst van de fumecodes hebben we “water-asset-functienamen” van Aquo toegevoegd. Hiermee kunnen enkele veelvoorkomende “assets” van rwzi’s in een fumecode worden opgenomen. In de toekomst kijken we of verdere afstemming mogelijk is.
Het gegevenswoordenboek stedelijk water (GWSW) is een open standaard voor het eenduidig uitwisselen en ontsluiten van gegevens in het stedelijk waterbeheer. Het omvat onder andere definities van klassen gestructureerd in een soortenboom met daaraan gekoppelde relaties en kenmerken. Net als Aquo is het GWSW een verplichte open standaard volgens het “pas-toe-of-leg-uit” principe. Maar de opzet en doelen van het GWSW zijn anders dan de opzet en doelen van de fumecodes. Twee belangrijke verschillen zijn:
- Het GWSW is infrastructureel van aard, waarmee nauwkeurig de ligging, structuur, onderdelen en materialen van rioolstelsels eenduidig vastgelegd kunnen worden. Fumecodes zijn functioneel van aard en leggen vast welk (hydraulisch) proces is gemeten.
- Het GWSW omvat klassen die elkaar niet hoeven uit te sluiten. Dit is handig voor de doelen van het GWSW, maar niet voor een eenduidige indentificatie van een meetreeks.
RIONED onderkent de verschillen in doel en opzet en steunt daarom de ontwikkeling van de Fumecodes. Waar mogelijk proberen we GWSW en Fumecodes op elkaar af te stemmen. Zo is bijvoorbeeld op het tabblad “Component” van de Fumecodelijsten (zie Excelbestanden) aangegeven wat de overeenkomstige gwsw-klassen zijn van diverse componenten.
Ja en nee. Ja, de eenheidcodes komen overeen met de standaard SI-basiseenheden en daarvan afgeleide eenheden. We gebruiken de gebruikelijke notatie met een “/” voor “per”. Maar de notatie komt (nog) niet volledig overeen met de symbolen volgens QUDT. Dit is een publieke non-profit organisatie voor semantische specificatie van meeteenheden (Quantities, Units, Dimensions and Types).
We overwegen om de QUDT-symbolen te gaan gebruiken maar worstelen nog met niet-standaard karakters zoals het ° teken in “°C”. Dit wordt opgelost als we de QUDT-expressies gaan gebruiken zoals “degC”, maar deze zijn langer en minder goed leesbaar. Ook kent QUDT geen eenheden als m+NAP, wat misschien wel de meest gebruikte eenheid voor onze doelgroep (water-/rioleringsbranche).
Heb je een uitgesproken mening hierover, stuur ons dan een mail met je argumenten. Dit kan ons helpen een goede keuze te maken.